Sunday, 15 July 2018

LEZING BIJGELOOF PART IV - ZWANGERSCHAP, GEBOORTE, BORSTVOEDING EN GEZONDHEID VAN HET KIND


Er waren tal van populaire overtuigingen die samenhingen met de geboorte van een kind en zijn eerste levensjaren.  Het is over het algemeen een reeks voorzorgsmaatregelen die erop gericht zijn het kwaad weg te houden, van echt tot 'magisch'. In de moderne samenleving van het Zuiden van Italië worden veel van deze gewoontes hedendaags nog toegepast, en de overtuigingen zijn nog behoorlijk levendig bij oudere generaties. De behoefte aan bescherming tegen schadelijke toestanden, ook (en vooral!) een jaloerse blik, wordt verklaard door het feit dat de geboorte van een kind werd beschouwd als een teken van goddelijke welwillendheid. 

In de regio Abruzzo, maar in andere streken ook, het verbod om het kind te kussen voor de doop en om hoorntjes, gouden en zilveren voorwerpen in de vorm van een hart of een crucifix of portret van een heilige op het hemd van de baby of met een ketting aan zijn nek te hangen zijn nog hele populaire tradities. Sieraden, bijna altijd van goud en koraal of andere edelstenen als de aquamarijn, worden aan kinderen cadeau gegeven door familieleden en peetouders bij het doopfont, of op de dag van de eerste communie. 


Gouden medaille met de Heilige Geest als duif



Wij kunnen beweren dat deze overtuigingen zijn echter uitingen van tradities die in stand gehouden worden door de sterke banden tussen generaties, stukjes van het verleden, van iets dat in de loop van de tijd zal verdwijnen, maar sporen achterlaten die niet helemaal kunnen worden gewist en die tegenwoordig vaak worden beleefd met een vleugje humor (het is niet waar, maar ik geloof er wel in!)

Er werden allerlei soorten amuletten gebruikt om pasgeborenen en kinderen te beschermen tegen gevaar, ziektes maar meer dan alles het boze oog. In Sicilië en Calabrië werd een wolvenpoot, wolventanden of een zakje met het haar van de voorhoofd van een wolf, aan de nek van het kind gehangen met een rode lint om hem tegen ziektes te beschermen. Ook tanden  en haren van de das werden veel gebruikt, om heksen en het boze oog af te weren. Rondom de wieg werden voorwerpen van ijzer zoals messen of scharen gebruikt die het kind tijdens zijn slaap zouden beschermen tegen de heksen en boze nachtgeesten. Kruiden, liedjes en magische formules werden ook veel gebruikt, samen met andere remedies, om kinderziektes te verjagen of te genezen.  

De antropoloog De Martino schrijft over dit onderwerp een zeer gedetailleerde en interessante hoofdstuk in “Sud e Magia”.
In Lucanië werd, naast de officiele rite van de doping in de kerk, nog een andere soort ceremonie in huis gedaan: het gedoopte kind moest nog door de “zeven feeën”gedoopt worden. De Martino vertelt in zijn boek en in zijn documentaire dat specifieke en toch eenvoudige amuletten naast de wieg werden gebruikt (planten, een mesje, een sleutel, twee stukken ijzer op elkaar gekruisd), samen met de kleertjes van het kind werden gelegd. Er moesten ook nog een kom met water en zeven stoelen rondom de wieg waar de pasgeborenen sliep. Het kind werd dan alleen gelaten, want ’s nachts zouden zeven feeën komen die het kind zullen zegenen: zij zouden het water aanraken, het voorhoofd van het kind en de kleertjes, en zich aan een speciaal voor hun gelegde handdoek zich drogen, en vervolgens weer uit het raam stilletjes weer weg zullen gaan. Dit ritueel is in 1958 door De Martino in zijn documentaire gefilmd zoals wij in deze video kunnen zien (min. 16 en 17). 



https://www.youtube.com/watch?v=8PxPc484lqU


Even "off topic": het verhaal van deze zeven feeën, vrouwen met magische krachten, heeft verschillende versies in Zuid Italië. Er is bijvoorbeeld een pleintje in Palermo (Sicilië) aan hun gewijd. Deze “Zeven Feeën” waren de zogenaamde “Donne di fuora” (vrouwen van ver af, van buiten), bovennatuurlijke wezens die volgens de legendes ’s nachts binnen kwamen, alleen in hun geestelijke vorm door een sleutelgat of een kier, of door de schoorsteen, en het huis moest daarom heel schoon en opgeruimd zijn. Zij kwamen in contact met de dwalende geesten en afhankelijk van het gedrag van de mensen die in de huizen die zij bezochten, werden zij hun vriendinnen of vijanden. Er was het geloof dat deze “Dames” een samenleving vormde van 33 machtige wezens, gekozen om hun schoonheid, gevoel van rechtvaardigheid, de deugd van stilte en de gehoorzaamheid naar de beslissingen die door hun metgezellen werden genomen. De "Donne di Fuora" waren afhankelijk van een "Grotere Fee" (ook genaamd "Grote Moeder", "Griekse Dame" en "Savia Sibilla"), die in Messina woonde.  Als de nieuwe dag hen verraste, werden ze in padden getransformeerd tot de volgende nacht, wanneer ze weer vrouwen werden. Padden mogen daarom, mochten zij Donne di Fuora zijn, niet gedood worden. De risico voor wie het ook deed, kon een ernstige ziekte of de dood zijn.

Een variant van deze geesten is de Bella ‘Mbriana in Napels. Deze fee krijgt een groet als gasten binnen komen in een huis: “Bonasera Bella ‘Mbriana” : zij houdt ook van netheid en orde in huis, en toch wreekt zich als het huis wordt opgeknapt, volgens een gezegde die luidt “Casa accunciata, morte apparicchiata’(huis opgeknapt, dood voorbereid). In Napels werd vroeger een extra dek op tafel gelegd voor dit geest. De Bella ‘Mbriana manifesteert zich, volgens het folklore, niet zozeer als nachtwezen, maar in de vroege uren van de middag, soms in de vorm van een gekko (een soort hagedis).


Volgens verschillende theorieën, zouden deze magische wezens verwant zijn aan de Laren e Penaten van Oud Rome, of nog waarschijnlijker een variant de Dames Blanches die door de Normandische en Longobardische dominaties werden geïmporteerd in de folklore van Sicilië en andere streken van Italië waar zij langdurig de cultuur beïnvloed hebben.

Er waren vele spreuken tegen ziektes, parasieten en andere kwalen van de kindertijd, betoveringen tegen de jaloezie van steriele vrouwen of melkloze moeders, rituelen voor de bevordering van de goede stroom van moedermelk met, onder andere, het gebruik van "therapeutisch" water van sommige fonteinen die als wonderbaarlijk werden beschouwd.  
De komst van een kind was een bron van vreugde voor het hele gezin, maar vaak ook van jaloezie van iemand in de buurt. Voorbeelden van cultussen van fonteinen die de productie van moedermelk zouden bevorderen zijn terug te vinden bij enkele streken van Abruzzo. Bij de locatie Schiavi d'Abruzzo, aan de grens met de regio Molise, meldt de professor E. Giancristoforo dat "de beschermer van moedermelk is Sint Felice, aan wie in het dorp een fontein genaamd "Fonte Lattiera" is gewijd". Helaas verkeert deze fontein tegenwoordig in verval, en de cultus is praktisch verdwenen.

In die zelfde streken vertellen ouderen over een soort slang die ze in dialect "'m basturavacche"(koeienherder) noemden, die ze vaak bij deze fontein zagen. Deze slang zou het soort "cervone"(Elaphe quatuorlineata) zijn. Er was vroeger de overtuiging dat deze slang aangetrokken zou worden door de melk van koeien, schapen en geiten en dat hij aan de uiers van de vee zou komen voeden, en soms ook aan de lippen van slapende zuigelingen.


Deze slang is onschadelijk, van de Colubridae familie, de grootste van de reptielensoorten in Italië (het kan een lengte van 2,40 m bereiken).  Hij is bekend als de protagonist, bij de locatie Cocullo, in de provincie L'Aquila, van de vieringen ter ere van Sint Domenico. Bij deze gelegenheid wordt het standbeeld van de heilige gedragen in een processie bedekt met levende slangen. St. Dominicus wordt beschouwd als beschermer tegen kiespijn, reptielenbeten en hondsdolheid. Sint Domenico was een monnik die rond het jaar 1000 Latium en Abruzzo doorkruiste en kloosters en hermitages stichtte. Hij verbleef in Cocullo hij zeven jaar lang, en in de kerk die aan hem gewijd is, zijn nog relikwie te zien, een tand en een hoefijzer van zijn paard.
Op de ochtend van het jubileum, 1 mei, de gelovigen  trekken in deze kerk met hun tanden aan een ketting, om tandenziektes te voorkomen. 

Beeld van de heilige Domenico in Cocullo, tijdens de jaarlijkse processie op 1 mei


 Het feest van deze heilige is volgens sommige geleerden afkomstig van de oude cultus van de godin Angitia , een  godin die vereerd werd door de oude stam van de Marsi al voor dat Rome werd gesticht. Angitia was een Griekse priesteres die woonde aan de oevers van het meer  Fucino, en de plaatselijke bevolking de geheime kunst van waarzeggerij en genezing leerde, in het bijzonder kuren tegen slangenbeten. Hiervoor werden er heiligdommen gebouwd ter ere van haar, en slangen werden aangeboden als offers door degenen die genezing zochten. Volgens andere geleerden moet het echter worden toegeschreven aan de mythologie van Heracles, omdat in een ander dorp in de buurt, Casale, beelden van Heracles die de slangen doodt gevonden zijn, maar het kan ook zijn dat de twee cultussen elkaar aanvulden, gezien dat Heracles was uitgebreid vereerd in grote delen van de Middenlandse Zee gebied al eeuwen voor de expansie van Rome.


Beeld van de godin Angitia, klei, II- II eeuw v.C., gevonden in Luco dei Marsi (L'Aquila) - Archeologische Museum "La Civitella", Chieti


De boosaardigheid van de hekserij was een van de ergste tegenslagen om in de periode van de borstvoeding af te weren, beschouwd als een echt groot gevaar voor gezinnen. Toen de aanwezigheid van een heks in het huis werd vermoed , werd er een nachtwacht gehouden bij vrouwen met een pasgeborene, omdat die heksen de melk uit hun borsten zouden zuigen terwijl zij sliepen, waarvan het kind zou sterven. 
De eerste zorg van de moeder was om  amuletten verpakt in een linnen servetje bij de nek van de baby te brengen. Ik heb al de abitini (kleertjes) genoemd: deze amuletten bestonden bijvoorbeeld uit een wolfentand , een egelsteek en wilde kattenharen , samen met andere objecten zoals kruisen of votiefmedailles. 

 
Abitini, 1958, foto uit "Sud e Magia" van E. De Martino


Deze amuletten werden vaak ook aan de binnenkant van de kleding die gedragen werden door baby’s en peuters, maar ook van oudere kinderen en soms bij volwassenen genaaid. Het apotropeion, een oud Grieks woord dat "afwerend" betekent, is het doel van de doop die niet alleen de zondevlek moet wissen en de inwijding in de christelijke gemeenschap markeert, maar vooral strijd tegen kwade krachten>Volgens de zelfde gedachtegang, het is logisch dat er veel gedaan moet worden om de “abitino” te dopen, die aan de hals van de pasgeborene wordt gehangen tijdens de ceremonie bij de doopvont. Het gedoopte abitino van de eerstgeborene heeft een bijzondere kracht, en daarom wordt deze aan de hals gehangen van de later geboren baby die  moet worden gedoopt.  
Het inhoud van deze magische zakjes is zeer gevarieerd: een stuk  hoefijzer, drie tarwe korrels, drie graantjes van zout, een haar van een zwarte hond, een stukje stof van een priesterstola, papierenplaatjes van heiligen met een gebed, tanden van de vos (vooral tijdens de periode van melktandjes), stukjes hostie, linten, snufjes zout gekocht van verschillende winkels, veiligheidsspelden in het patroon van een kruis gespeld op een stuk canvas, een touwtje van de kerkbel (de heks zou dan al die draden van de touw moeten tellen, net als met de twijgen van een bezem), een snufje as, etc. Het gebruik van het verstoppen van een schaar met de uiteinden naar boven onder de wieg is gedocumenteerd bij de plaats Tricarico in Lucanië.


Heel populair was ook de gewoonte om achter het raam een tros korenaren, soms bedekt met een lamschedel,  of een bezem: de heks zou dan afgeleid worden en alle twijgen tellen voor dat zij binnen kon komen.



No comments:

Post a Comment

Note: only a member of this blog may post a comment.