Sunday, 15 July 2018

LEZING BIJGELOOF - PART IX - NAPELS, HET CULTUS VAN SINT JANUARIUS EN HET LOTTOSPEL


Een fantastisch voorbeeld van fusie van volksgeloof en katholicisme is de belangrijke traditie van San Gennaro (Sint Januarius), de patroonheilige van de stad Napels. Drie keer per jaar, op de zaterdag voor de eerste zondag van de maand mei, op 19 september en op 16 december vindt al eeuwen dezelfde wonder plaats in de kathedraal van de stad, tijdens een ceremonie: het eeuwenoud bloed van de heilige, die bewaard wordt in een ampul, wordt weer vloeibaar. De relikwieën van de heilige bestaan sinds de vijfde eeuw, maar de eerste gedocumenteerde "wonder" vond plaats in het jaar 1389.

Tijdens deze feestdagen worden de relikwieën in een processie van de kathedraal naar het klooster van Santa Chiara gedragen. Hier houdt de aartsbisschop de zilveren reliekhouder met de ampul, die het bloed bevat, hoog in de lucht en kantelt het. Zo kan hij de aanwezigen laten zien dat de inhoud een vaste, droge vorm heeft. De bisschop plaatst het ampul vervolgens hoog op het altaar. Na een gebed door de gelovigen, wordt het korrelige, eeuwenoude bloed in de ampul vloeibaar. 



De ampul blijft acht dagen op het altaar staan: bij de mis, de aartsbisschop kantelt de schrijn waarin het ampul zit regelmatig om te laten zien dat de inhoud daadwerkelijk vloeibaar is gebleven. Elke keer dat het wonder weer heeft plaatsgevonden, heerst er grote vreugde in de stad, want velen geloven dat het wonder van het bloed de stad en haar bewoners (vooral de aanbidders van San Gennaro) beschermt tegen onheil. 
Het uitblijven van het wonder doet de meeste gelovigen rampen verwachten: het kan gebeuren dat het bloed gestold blijft, een gebeurtenis die volgens de traditie voorbode is van slecht nieuws. 
In 1527, toen een pestepidemie uitbrak, in 1980 toen een zware aardbeving de stad trof en bij enkele uitbarstingen van het Vesuvius vulkaan had het bloed zijn vaste vorm behouden.
Het wonder bleef ook uit toen Napoleon in Napels was ingevallen. Over het algemeen denken de gelovigen dat bij het wonder hun wensen en gebeden die zij bij de heilige gelegd hebben, vervuld zullen worden. Dit fenomeen is natuurlijk een vruchtbare bron van verdiensten voor de kerk en de stad, omdat pelgrimage, toerisme en donaties veel geld brengen naar de kathedraal, de klooster, de winkeltjes en de horeca in de omgeving.

Een andere belangrijke traditie in Napels is het Lottospel, dat in deze stad de connotaties van een echte levensfilosofie aanneemt. Nergens anders in de wereld is het gokken gelukt om wortels te schieten in de cultuur en tradities van een volk als in Napels. De stad is altijd vruchtbare grond geweest voor magische tradities en scholen, numerologie en occultisme. Een wereld waarin volkse overtuigingen, mysteries, bijzondere personages, van hoog en laag afkomst, heilig en profaan met elkaar eeuwenlang vermengd zijn, tot een unieke cultuur.
Het Lottospel is een van de beste voorbeelden van dit gedachtegoed. Voor de Napolitaan is het spel een ernstige zaak, en in bijna elk huis vindt men in de boekenkast het "heilige" getallenboek genaamd "Smorfia". Dit woord betekent grijns, maar in feiten heeft het niets met zijn letterlijke betekenis te maken, omdat het een verbastering zou zijn van de naam van de god Morpheus, de oude Griekse god van de dromen.
In de traditie van de Smorfia elk woord, of gebeurtenis, personage, dier, plant of object uit de dromenwereld is verbonden aan een getal tussen 1 en 90. Deze code wordt gebruikt om te gokken bij het Lottospel. 
De droombeelden van de Smorfia werden oorspronkelijk door een orale traditie gekoppeld aan de getallen, maar later werden boeken uitgegeven met plaatjes naast de cijfers, die makkelijk te gebruiken waren ook voor de vele analfabeten. De moderne versies van het boek bevatten ook een schriftelijk uitleg, waarschuwingen en interpretaties naast de plaatjes.


Een Smorfia boek uit de 18de eeuw

In tegenstelling tot wat men zou denken, werd het spel van het lot niet in Napels, maar in Genua geboren uit illegale weddenschappen op de namen van kandidaten in de Senaat. Vanaf 1682, toen deze zich verspreidden bij de andere Maritieme Republieken, onder andere Napels, begonnen de burgers te wedden op allerlei zaken: op het geslacht van de ongeborenen, op de datum van de dood van koningen of pausen, op oorlogen, op natuurlijke rampen, enzovoort.
Vanwege deze populaire passie, werd het lotto een lucratieve bron van inkomsten voor de regeringen, maar ook de enige belasting die burgers met plezier betaalden. Door de kerk veroordeeld en  eeuwenlang door gehinderd, door pausen en koningen afgeschaft, omdat het als te zondig en immoreel werd beschouwd, en door anderen maar weer toegelaten, werd het spel ook bekritiseerd door intellectuelen van de tijd vanwege de psychische schade en irrationele conditionering van de samenleving. Toch werd het spel later in heel Italië geleidelijk gelegaliseerd, en rond 1863 werd in vele steden regulier gespeeld, met wekelijkse extracties.
De Napolitaanse burgers nemen zelfs vandaag de dag hun toevlucht tot de Smorfia om hun dromen, de numerieke betekenissen te interpreteren en deze vervolgens te spelen. Volgens een van de theorieën over zijn oorsprong, is de Napolitaanse lottotraditie verbonden aan het symbolisme van de joodse Kabbala. Rond de symboliek van het lottospel is in Napels door de eeuwen heen een echte sektarisch gedachtegoed ontstaan, gebaseerd op overtuigingen uit het verleden, waarbij aan sommige personages en figuren magische en symbolische krachten zijn toegekend. Aan elke correspondeert een nummer om te spelen, zoals de meest bekende: 8 "De Madonna", 13 "Sant'Antonio, 33" De leeftijd van Christus ", 47 "De sprekende dode ", 57 " De Krakkemikkige", 37 "De Munaciello".
 
Even tussendoor: over de "Munaciello" zijn er enkele legendes, die vertellen over een kleine figuur met magische krachten en gekleed als een soort monnik, die afhankelijk van de omstandigheden een slechte en hatelijke houding kan aannemen of goedaardig en verzoenend.  Deze figuur komt vaak voor in de Napolitaanse folklore en er zijn verschillende theorieën over zijn origine, maar het komt neer op een plagerige geest die vooral in rijke huizen, abdijen of hele oude gebouwen woont en verschijnt, en groot geluk of ongeluk kan brengen, afhankelijk van zijn humeur en van hoe hij behandeld wordt. 
Als iemand rijk wordt en doorvertelt dat de Munaciello geholpen heeft, verdwijnt deze geest plotseling uit het leven van de gelukkige, en het geluk wordt veranderd in tegenslagen.

De doden communiceren, volgens de Napolitaanse volksgeloof, graag met de levenden in de dromenwereld. Het katholieke geloof in de vagevuur als plaats van doorgang van niet reine zielen, versterkte het ontwikkelen van dit idee. Het vagevuur biedt de mogelijkheid van een symbolische uitwisseling tussen de levenden en de dode, want verblijven in het vagevuur is tijdelijk en leidt tot de echte verlossing van de zondige daden van het leven voor de dood.
In Napels dacht men in de Oudheid, maar ook in de Middeleeuwen en later dat de ingang van de onderwereld bij de grond van de Solfatara te vinden was. Deze streek vlakbij de stad, in de buurt van de vulkaan Vesuvius is woestijnachtig, met giftige, zwavelrijk dampbronnen, borrelende hete waterbronnen en ondergrondse riviertjes. De Romeinen dachten dat de "Campi Flegrei", de velden van de Solfatara, de wachtkamer van Hades waren. 


De Solfatara bij Napels



In de dromenwereld kunnen de levenden de doden ontmoeten: de doden onthullen de juiste cijfers die bij het lottospel een winst garanderen, niet zo letterlijk met woorden of echte nummers, maar door middel van beelden en/of acties die aan cijfers verbonden zijn. De doden komen in dromen met veel meer boodschappen, door deze gecodificeerde symboliek bepaald.  
Zelfs als de conditionering niet openlijk wordt erkend, kan deze de acties van het dagelijks leven sterk bepalen: het anticipeert of vertraagt ​​de tijd van uitvoering van een zaak, verzekert of raadt een investering af, ondersteunt of ontkracht keuzes die moeten worden genomen.  
Zodoende, de belangrijke functie van de onirische relatie tussen de levenden en de doden, is in feiten de werkelijke aanwezigheid van de overledene in het leven van de dromer, met opdrachten geven, of om opofferingen vragen, zodat een eigen doel bereikt wordt in deze of in de andere wereld. In andere woorden willen de doden de levenden helpen om hun behoeftes en wensen te vervullen, zodat zij verlost kunnen worden van hun morele schuld. De doden stellen ook de levenden op de proef en spreken over het hiernamaals: hiermee beoefenen zij hun autoriteit met hun oordelen en advies via het symbolisme van de dromenwereld.



No comments:

Post a Comment

Note: only a member of this blog may post a comment.